De staatkundige geschiedenis

Ameland is is ontstaan uit één van van de strandwallen langs de kust. Het is niet duidelijk of het ooit verbonden is geweest met de wal, anders dan door mensenhanden.

Ameland wordt in de Traditiones Fuldenses (kloostergeschriften uit de achtste eeuw) voor het eerst genoemd als "Insula que dictur Ambla" (het eiland Ambla geheten). Hier valt dus uit te concluderen dat Ameland in de 8ste eeuw al een eiland was.

De Cammingha's

Vóór 11 augustus 1396 is er weinig bekend over de de staatkundige geschiedenis. Op die datum onderwierp graaf Albrecht van Beieren de Friezen en beleende hij Ameland in erfleen aan zijn maarschalk Aernt van Egmond en IJsselstein.

Op de landdag van Harwerd in 1405 werd door de autoriteiten van "Recht en Daad" dat Ameland vrij van de grietenij Ferwerderadeel kwam. Ene Ritske van Jelmera, zijn opvolgers, de zonen Romke, Hayo en de abt van het klooster Foswerd deelden tot 1486 het gezag op het eiland. Doordat de moeder van Hayo eerder getrouwd was geweest met Sicco van Cammingha ging die naam over op Hayo. Deze werd in 1486 opgevolgd door zijn zoon Petrus, die zich ook  Pieter de eerste  van Cammingha noemde.

  De Cammingha's noemden zichzelf vanaf die datum Heer van Ameland. Hun aanspraken op de vrije heerlijkheid Ameland werden voortdurend betwist, onder andere door Friesland, de Duitse Keizer en Holland. Door politiek juist te laveren is het echter nooit tot een echt conflict gekomen.

Op 21 juni 1550 werd Wytzo van Cammingha gedagvaard door Johan de Ligne graaf van Aremberg en stadhouder van Friesland.

Reden van de dagvaarding was dat Wytzo weigerde Philips II als machthebber te erkennen. Hoewel er weinig van de uitspraak bekend is zien we dat de Cammingha's in later jaren heer en meester bleven op het eiland. Eigenlijk komt het er op neer dat Ameland werd erkend als een onafhankelijke staat.

Doordat de mannelijke lijn van de Cammingha's in 1681 uitstierf kwam het eiland in handen van de familie Thoe Schwartsenberg en Hohenlandsberg vanwege huwelijkse verbondenheid. Zij bleven tot 1704 de Heren van Ameland.

De erfstadhouder van Friesland, Johan Willem Friso Prins van Oranje kocht in 1704 het eiland voor 170.000 gulden. Het eiland kwam door deze transactie dus in het bezit van de Oranjes. Ook nu is één van de titels van de koningin nog altijd 'Erf- en Vrijvrouwe van Ameland'.

In 1810, tijdens de Franse revolutie raakten de Oranjes het eiland kwijt en kwam er een eind aan de bijzonder staatkundige positie van het eiland. In 1814 werd nogmaals bevestigd dat het eiland aan Friesland behoorde. Het bestuur werd vanaf die tijd verricht door Grietmannen,  later burgemeester genoemd.